Zo heeft misschien elk landschap wel zijn eigenheid. Mensen geven zin aan het landschap en ze ontlenen er een deel van hun identiteit aan. Als ik zo’n landschap op me in laat werken – een kerkepad dat mijn blik naar een terp met oeroud Romaans kerkje leidt, omzoomd door wat bomen in uitgestrekt weideland – ontstaat een gevoel van verwondering: zonder oordelen spreekt het unieke karakter zich uit. Een zorgvuldige terugblik waarin ik later probeer me het landschap weer voor de geest te halen helpt daarbij, als een oefening in actieve verwondering. Ik stel me voor verschillende keren dezelfde weg te lopen, tot steeds meer details verschijnen. Soms ontdek ik zo zelfs iets nieuws, een zwanebloem in een sloot of een bruine kiekendief waarvan ik me niet bewust was dat ik die gezien had, maar waarvan ik zeker weet dat die er echt was, en vooral, dat die het beeld completeert.
De eigenheid van een specifiek landschap uit zich in een stemming die al die waarnemingen omvat. Deze stemming – vaak al onbewust aanwezig bij de eerste kennismaking met een plek – krijgt een meer objectieve, bewuste kleuring als ik zo het landschap achteraf opnieuw voor mezelf opbouw. Er ontspint zich een soort gesprek met het landschap, een gesprek zonder woorden tussen het landschap daar buiten en het landschap in mijzelf. Vrijwel altijd is in een landschap ook een deel van de geschiedenis, van de strijd om het bestaan van de lokale gemeenschap en het lot van de natuur daarin, waarneembaar. Op het kruispunt van de zintuiglijke waarnemingen, het beeld, de atmosfeer en de biografie van het landschap ontstaat dan een wezenlijke ontmoeting, soms vluchtig, soms meer indringend. Zo wordt ieder landschap waar je je mee verbindt uniek en bijzonder.
Het wezenlijke van het landschap kun je ervaren aan de zang van een leeuwerik boven een goudkleurig graanveld, aan de geur van lindebloesem langs een jaagpad, aan de smaak van de lokale honing, aan een gevoel van onbalans bij een geëgaliseerde akker of aan de onweerstaanbare impuls op weg te gaan naar een kasteel in de verte. Vaak is het beeld met een bepaald landschap aangrijpend, en is naast de rijkdom van de biografie van het oude land ook de tragiek van een doodlopende ontwikkeling te ervaren. Wat de laatste 100 jaar ingrijpend is veranderd, is dat de toekomst van het landschap nu vooral wordt bepaald door de anonieme wereldeconomie, in plaats van door betrokken bewoners. Dat brengt nieuwe vragen met zich mee en doet een appèl aan ons bewustzijn: welke toekomst gaat ons landschap tegemoet?