Wat is jouw natuur?

Het NatuurCollege daagt je uit.

Om de eenvoudige vraag ‘wat is jouw natuur’ te kunnen beantwoorden, zul je iets van jezelf moeten laten zien. Wat weet je over je eigen natuur? We stellen je iedere nieuwsbrief een verdiepende vraag. Een keuze uit de antwoorden plaatsen we hier. Ontvang je de nieuwsbrief nog niet? Aanmelden kan onderaan deze pagina.
DECEMBER 2023

Kun je jezelf opofferen om iets anders te laten groeien?

Foto _ Florine van Rees

Ik moet gelijk denken aan mijn zwangerschap, bevalling en het voeden van mijn zoontje. En daarmee aan alle vrouwen die ooit een kind gebaard en gevoed hebben. Met veel liefde vraag je enorm veel van jezelf voor een ander. Ik denk dus, als je maar genoeg houdt van hetgeen waar je je voor opoffert, dan doe je dat met liefde en mag het misschien geen opofferen meer heten.
_ Reineke van Tol, MSc

Opofferen impliceert dat je jezelf weggeeft…te niet doet… dat kan je doen maar dat lijkt me geen goed plan. Wel kun je je bestaan anders vormgeven, je levensstijl veranderen, consuminderen… om andere levensvormen meer ruimte en bestaansrecht te geven. Dat is voor mezelf en veel andere mensen een goed voornemen om ook uit te voeren.

Met groet,
_ Toos Bedaux-Nooren

Mijn antwoord is ‘Nee.’ Alles is onderdeel is van een en hetzelfde groeiproces. Bovendien kan ik niet iets laten groeien. Groei is een autonoom proces. Het enige wat ik kan doen is: ‘Verblijven waar het stil is en dat is in de holte van mijn eigen hart.
_ Joyce Bos

Jezelf opofferen klinkt nogal dramatisch, het lijkt alles of niets. Zo’n
situatie kan natuurlijk weleens optreden, bijvoorbeeld bij het redden van
mensen of dieren bij rampen, om maar wat te noemen. Of denk aan de
vergelijking met het zaadje dat zich opoffert voor de nieuwe plant, of het
liedje over John Barleycorne, die zich geeft aan de mens voor het brouwen van
bier. Maar meestal gaat het om minder drastische zaken en is er sprake van
afweging: wat heb je ervoor over om iets te laten groeien? Dat hangt van
veel dingen af: hoe dichtbij dat ‘iets’ staat en hoe verantwoordelijk je je
daarvoor voelt, bijvoorbeeld. Het hangt ook af wat dat ‘iets’ nodig heeft:
een plantje wil bijvoorbeeld water, een kind vergt wel wat meer. Zolang het
’eigen’ is, ben je meer bereid om jezelf daarvoor op te offeren, in termen
van tijd, aandacht, en geld. Naarmate de sociale cirkel wijder wordt,
verdunt de inzet, maar men blijft bijvoorbeeld doneren aan goede doelen. De
 opoffering hangt ook af van iemands mogelijkheden: wie rijk is, kan donaties
overmaken, maar riskeert daarmee niets en eet er geen boterham minder om.
Dat is dus niet echt een offer. Een bijstandsontvanger die iemand helpt en
daardoor zelf een maaltijd moet overslaan, brengt wel een offer. Maar is de
opofferingsgezindheid nu groter bij acute nood dan bij de behoefte aan
groei? Misschien hangt dat ook samen in de afweging: je kan niet alle nood
oplossen, maar als je toch moet kiezen, dan voor jonge mensen of dieren die
nog kunnen doorgroeien in het leven. Het schijnt dat dit criterium soms
gehanteerd werd in de Tweede Wereldoorlog bij de selectie van joodse mensen
voor onderduikadressen, al weet ik dat niet zeker. Wel zeker is dat de
gastgezinnen daarvoor hun leven riskeerden. Maar er is ook een ander soort
opoffering, die meer met natuur te maken heeft. Geen spectaculaire acties,
maar gewoon zorg geven aan de natuur om je heen. Regelmatig de plantjes
water geven, je tuin bijhouden, de vogels en andere dieren voeden, het bos
in en kijken hoe alles erbij staat. Als veel andere dingen je tijd vragen,
is die onopvallende, regelmatige zorg best een opoffering. Maar dan een die
we allemaal kunnen opbrengen.
_ Cathrien de Pater

Ik denk gelijk aan het mijzelf en het samenzijn met mijn tweeling. “Opofferen is dan een woord wat niet ‘hoort’, want kinderen daar kies je toch voor”, hoor ik een stemmetje zeggen. Kan en mag ik ook accepteren dat ik bij deze zin wél aan de relatie tussen mij en mijn kinderen denk?
‘Kun je jezelf opofferen’ begint dus al voor mij bij het accepteren dat ik deze weerstand voel.
Dan komt de echte trade-off: stuur ik de tweeling nog een halve dag extra naar de opvang om aan mezelf te werken en aan mijn eigen projecten? Deze week koos ik bewust voor samenzijn met de tweeling nu ze nog 2,5 zijn en ik ze zelf mee kan nemen naar het bos. En ze kennis kan laten maken met de natuur. Dát was de enige echte reden dat ik elke vrijdag met hen samen wil zijn. En mezelf ‘opoffer’.
_ Jan Wouter Vorderman

OKTOBER 2023

Had je vroeger een heilige plek in de natuur, bestaat die plek nog steeds? Heb je ondertussen ook nieuwe plekken ontdekt?

Foto _ Florine van Rees

Mijn heilige plek in de natuur was het bos in onze achtertuin.


De grote bomen die dromend boven mij uittorenden, de bladeren en vooral de geur van het bos. De geur vertelde of het herfst werd of lente. Het bos gaf rust en maakte mij blij. En dat is nooit veranderd.
_ Saskia van Hoore

Het meeste was vroeger in de natuur heilig
Toen wij het nog met respect behandelden
Maar ja , dat doen we meestal niet meer
Nu nog minder dan vroeger
_ Elles Nap

Achter ons huis liep een oud kerkpad; onverhard, zachte bosgrond, water aan weerszijden. De oude bomen die het pad begeleidden zorgden voor een prettige beschutting. Een soort omarming van takken en gebladerte. Ik hield veel van dit pad. Vanuit de bomen hoorde ik het gefluit van vogels, kikkers sprongen voor m’n voeten op en libellen vlogen voorbij. Tijdens de schemering hoorde je er de mysterieuze geluiden van een uil.


Ik vermoed dat het pad ooit naar Schipluiden liep, maar toen ik hier opgroeide bracht het me naar die enorme heuvels van zand. Fantastisch! Daar, waar nooit iemand kwam en waar ik alleen was met de elementen. En hoog dat die heuvels waren! Helemaal te gek als je je als kind wilt uitleven. Ik klom naar boven, pakte de zon en de wind en gleed – hup – weer naar beneden.


Whoooeeeiii…. Boem! “Oh nee, m’n knieën kapot.” Die gedachte is er niet omdat het pijn doet. Maar als ik straks met deze knieën thuiskom, weet m’n moeder direct dat ik weer te ver van huis was. Ze kent deze knieën.


Nu ik dit opschrijf, vraag ik me af: “Was deze plek heilig en ervoeren anderen dat ook zo? Of was het het onbevangen kind dat de kracht van de natuur hier zo diep ervaarde (destijds, uiteraard zonder het te kunnen duiden)?” Nu ik dit opschrijf, herken ik contrasten, die mijn beleving van deze plek als kind waarschijnlijk hebben versterkt. Het veilige ‘thuis zijn’ versus het avontuur van  ‘te ver van huis gaan’. De beschutting van het kerkpad, tegenover het blootstaan aan de elementen op de zandheuvels. De geschiedenis van oude routes en de toekomst van nieuwe wegen. De maakbaarheid door de mens versus de kracht van de natuur, die de kale heuvels zand binnen korte tijd gewoon weer terug pakt met haar pionier soorten.


Of deze plek nog bestaat? Anders. Uiteindelijk heeft ‘de maakbaarheid door de mens’ hier toch gewonnen. Je zoeft er nu met 100km per uur doorheen als je met de auto van Delft naar Schiedam rijdt.

_ Marieke de Keijzer

Ik heb het geluk om een paar honderd meter van de Veluwse bossen te wonen. Het bos achter ons dorp behoorde eertijds tot een heilig woud, gewijd aan drie godinnen. Er liepen destijds nauwelijks paden door het bos en er stonden nog geen villa’s en er reden nog zeker geen mountainbikers. Het werd een woest en bijster land genoemd, waar je kon verdwalen en dolen.


In een boekwerkje van begin 19e eeuw kwam ik een schrijven tegen, over een heuvel in dit bos. Het was een heuvel van Trouw. Wanneer een jong stel voor de schout of het gerecht ging trouwen en daarna de zegen over het huwelijk kreeg in de kerk, was het in ons dorp nog niet voorbij. Het jonge stel ging naar die heuvel in het bos en zwoeren daar eeuwige trouw . Waarschijnlijk had de plek nog te maken met die voorchristelijke tijd, toen het woud nog aan de godinnen toebehoorde. Het gebruik is er in onze tijd niet meer. Het is in vergetelheid geraakt en niemand weet nog iets van het gebruik en waar de heuvel is.


Ik vermoed deze heuvel teruggevonden te hebben. Het is een fijne plek midden in het bos en een smal paadje leidt me er naar toe. Af en toe zit ik er te mijmeren, plannen te maken en te mediteren.


Eenmaal na de zoveelste reorganisatie op het werk had ik het lastig om nog bij de organisatie te blijven en zat te piekeren en te overwegen om weg te gaan. Toch maar eens naar de heuvel van Trouw gaan. Daar de vraag in mijn meditatie voorgelegd. Ik schrok ervan dat ik direct en er onmiddellijk een antwoord kwam en dat ik vooral trouw aan mezelf moest blijven.


Vanaf die tijd is de heuvel en de plek veranderd. Het is voor mij een zeer bijzondere plaats geworden. Ik durf te zeggen dat het voor mij een heilige plek is.

_ Gert Hemstede

Toen ik 10 jaar was liep ik vaak met mijn spijkerbroek en mijn gympen tussen de rozenbottelstruiken in het park door. Ik deed dit als ik uit school kwam. Dat was de enige natuur vlak bij mijn huis. Ik woonde in de grote stad Den Haag.
_ Anita Reenalda

Mijn heilige plek was vroeger een boom in het bos voor onze deur. Het was mijn plek om te spelen, te zijn, eigenlijk bijna te wonen.
Ik ga nog vaak in gedachten terug naar die boom.


Nu heb ik verschillende heilige plekken, zowel in de tuin, als in het natuurgebied dichtbij waar ik woon. Ook op een plek iets verder waar grafheuvels zijn, kom ik graag thuis.


En wat ik steeds meer ervaar is dat plekken heilig worden, als je ze oprechte aandacht geeft, dat het dan niet zoveel uitmaakt waar je bent.

_ Karen Segers

Ja, nog steeds, het is de geur van die plek, die ik in de omgeving waar ik nu woon, ook kan ervaren, ik fiets daar soms naar toe, en sta stil.
_ Greet Boelhouwer

MEI 2023

Wat kan natuur dat jij niet kunt?

Foto _ Florine van Rees

De natuur kan miljoenen jaren oud worden, dat kan de mens niet.

Dit was de eerste reactie van de kinderen in mijn verrijkingsklas DWS Amsterdam.
_
Katja van Dalen

De natuur kan onvoorwaardelijk liefhebben, dat voel ik telkens weer als ik door een bos loop en zonder moeite er weer helemaal mag zijn!
_ Eva Maria Wouters

Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik denk dat alle natuur ook een soort van bewustzijn heeft. Maar ik heb sterk de indruk dat geen enkele boom of plant zich erg druk maakt over hoe hij over komt, zich druk maakt of hij wel goed genoeg is of dat alles wel op tijd af is. Uit iedere eikel groeit weer een eikeboom – en zo is het goed. Bij dieren is het geloof ik wel weer anders, die kunnen zich bv in de paartijd wel erg druk maken.
_ Jeanet Landman

Wij zijn natuur, als wij uit ons hoofd blijven kunnen wij ook wat de natuur kan.
_ Millanie Jansen

Op de eerste vraag ‘wat is mijn natuur?’ heb ik de neiging om te antwoorden ‘de natuur is niet mijn bezit’, maar je kunt de vraag natuurlijk ook opvatten als een vraag naar mijn ‘aard’. Dat lijkt me voor een mailtje echter een te persoonlijke vraag. Grappig die combinatie trouwens: natuur/aard

Er staat nog een tweede vraag: wat kan de natuur en ik niet? Dat is m.i: gewoon voluit blijven groeien en bloeien – door alle verdrukking heen.
_ Nelleke Metselaar

Er gewoon zijn
_ Elles Nap

Wat een rare vraag! Alsof wij mensen los staan van de natuur, terwijl we er een onderdeel van zijn. De natuur, dat zijn wij!
_ Jakoline Hovinga

Mooie vraag! “Wat kan de natuur wat jij niet kan?”
Mijn antwoord zou zijn:

“Alles en niets. We zijn de natuur. De natuur reikt verder dan het ecologische daar de natuur allesomvattend is!”
_ Janine Schimmelpenninck

De natuur is in staat zichzelf te herstellen, steeds weer, mits de mens het niet te bont maakt met de natuur aan te vallen. De mens heeft veel meer hulp nodig om zelf te herstellen.
_ Olav Loeber

In antwoord op jullie vraag: mij kalmeren spiegelen en serotonine aanmaken. In contact met de natuur maakt mijn lichaam het ‘geluks’hormoon serotoninen aan, dat zich vooral in mijn darmen bevindt. Het is helend, pijnstillend en ergo: gelukkig en gezondmakend.

Bovendien zet de natuur mij stil: door de altijd in bewegingzijnde natuur die altijd anders is, beland ik automatisch in het NU. Pauze van de drukte om mij heen.
_ Anita Sanders

MEI 2023

Is natuur een mooi woord?

Foto _ Florine van Rees

Ach, beter is beeld want natuur is niet mijn woord, want niet van mij. Wij zijn. Ik ben natuur. Deel van, maar helaas ook iets dat natuur – ons aller moeder – geweld aan doet en dat spijt me zo.


Natuur, wij zijn het, ja. Deel uitmakend van dat veel grotere dan ik en zo buig ik en is mijn woord BUIGEN. In deemoed en in deze tijd van bloei en explosieve groei ook een woord van liefde, overstromende liefde wanneer ik over de dijkjes loop en het fluitekruid al mijn zinnen streelt. Zij zo geduldig ieder jaar opnieuw en ik vol ongeduld al maanden naar haar uitkijkend.


Ach natuur, van jou krijg ik de tranen in mijn ogen, alsook voor jou. Want wat word je toch allemaal aangedaan?! Jij die zo sterk bent dat je ons allemaal overleven kan. Wie o wie weet je werkelijk tot in het diepst van de ziel te raken? Nou, dan vlieg je niet meer! Dan laat je heel veel anders ook wel uit je hoofd.

Natuur, zij is ons moeder.
_ Maryan Bosman

Natuur is natuurlijk mooi; ik kan mij niet tegen haar krachten verzetten, zonder de verbinding met mijzelf te verliezen. Ik stuur aan op een partnerschap met de natuur. Waarbij de overgave het stuur overneemt. En in dat proces gaat het niet om mij of jij, natuurlijk of kunstmatig. In dat werkwoord wil ik rechtschapen handelen: eerlijk, zuiver. En accepteren hoe creatief de wereld geschapen is. Deze wonderen zijn soms grootser dan we ontvangen kunnen. Ik maak me klaar voor deze grootsheid; iedere dag een beetje, anders of opnieuw.


Het is mooi dat ik bereid ben de natuur onvoorwaardelijk te durven omarmen; in wie en hoe ik ben. En hoe ik mijn kinderen wil steunen vanuit deze rijkdom, om zichzelf en hun pad in dit leven te vinden. Hun beleving van een waar thuis te creëren op aarde. Juist nu.

Dankjewel, I am so blessed to live here.
_ Mathilde Jansen

Wat het in mij oproept is…..
1. Waar komt de vraag vandaan…
2. Moet natuur een mooi woord zijn.
3. Is natuur wel te verwoorden. 
Het is ons woord. Maar dat wij natuur noemen is misschien niet in een woord te vangen.
Dus mijn tegenvraag is: kan natuur eigenlijk wel een woord zijn?
_ Margriet Knospe

Een woord is mooi als je de inhoud ervan kent. Als je de taal volledig begrijpt. Natura Artis Magistra: de natuur is de leermeesteres (!) van de kunst. En niet alleen van de kunst. Feitelijk leert de natuur, het leven, ons alles. Je hoeft geen filosoof te zijn. In de natuur zie je samenwerking, autonomie, schoonheid, kennis, wiskunde, constructieleer, intelligentie, offer, de natuur is zonder gêne, natuur is altijd voedend, natuur stroomt altijd, natuur is stilte, natuur is een open systeem, natuur is gebed en meditatie, natuur is een oneindige potentie, natuur is het grote voorraadvat van Kennis, natuur is de afspiegeling van de Schepper en onze spiegel, de natuur brengt je Thuis.


Vrede voor allen en alles. Vrede.

_ Jos Verheul

Natuurlijk, zou ik willen zeggen!!
Iedereen weet wat er wordt bedoeld, en ja, het is ook waar dat je over de inhoud flink discussiëren kunt.

Natuur is bovendien OOK een internationaal woord, althans in Westerse talen.
Dat is heel waardevol omdat het daarmee soort van “taalloos” is en daardoor verbindend!


(Het helpt niet om dingen anders te gaan noemen, trouwens, of is dat niet de intentie?)


Mijn eigen natuur is zodanig dat ik veel houd van de natuur, daar ben ik onderdeel van!

_ Caroline van der Mark

Tja, dat is een goede vraag! Het heeft zeker mooie kanten, maar het is ook ‘gevaarlijk’ woord. Mensen voelen er wel of geen affiniteit mee, terwijl de natuur aan de basis van ieders bestaan ligt. Het komt daardoor al vrij snel in het hoekje van ‘wel of geen interesse’. Dat is mooi voor de mensen die er warm voor lopen, maar daarmee raken we ook veel mensen kwijt.
_ Anna van der Veen

Natuur is geen woord maar een verhaal, een geschiedenis, en een onzekere toekomst, met blijheid en hoop, maar ook angst, bloed, zweet en tranen.
_ Ignas Heitkonig

Ja het woord natuur is OK, vind ik, omdat het (mij) doet denken aan nato, van nascere, geboren worden, het ontstaan van iets. De etymologie noemt ‘natuur’ (naast onbebouwd landschap) ook de oorsprong van alle scheppende kracht. Een heel krachtig woord dus. Bij de term ‘natuurwetenschap’ zie je iets terug van deze meer brede betekenis.


Overigens ben ik van mening dat de term ‘natuurwet’ onjuist is; aangezien mensen deze wetten formuleren (ze noemen het ‘ontdekken’, hm…). Ze zouden wat mij betreft ‘cultuurwetten’ moeten heten. Ze volgen doorgaans de heersende denkpatronen en zijn daar meer een uitdrukking van dan van de ‘natuur’ die tegelijk heel groot en klein en omvattend is, voor ons ongrijpbaar; de term ‘natuurwet’ claimt haar wel te (be)grijpen, haha.

_ Drs. Antonetta G.M. (Tedje) van Asseldonk, IEZ & Trifoglio

MEI 2023

Zeven vragen aan Erik Odijk

Beeldend kunstenaar Erik Odijk (Deventer, 1959) struint graag door de natuur, van het pad af met camera inzoomen op bomen, planten, mossen en stenen, op verval en verleden, op zoek naar het sublieme. Hij is bekend om zijn tekeningen van details uit de natuur, vaak meer dan manshoog uitgewerkt in houtskool en pastel. Hij kijkt, filmt en fotografeert intens en onderzoekend, en is bereid om dat wat hij heeft ervaren in de natuur, millimeter voor millimeter, in zijn atelier, op papier vast te leggen.

_ lees het hele interview met de 7 antwoorden hier

JANUARI 2023

Welke voorvallen uit je jonge jaren hebben bijdragen aan jouw natuurbeelden? En welke maatschappelijke trends hebben bijgedragen?

Als klein meisje ging ik jaarlijks met mijn moeder mee samen met een groep vrouwen de natuur in. Meestal op een zwoele nazomerse dag. Daar verzamelden mijn moeder en de andere vrouwen wilde planten en kruiden. Er werd zorgvuldig te werk gegaan, niet te veel geplukt en goed naar de omgeving gekeken, er was duidelijk kennis van zaken, die onderling gedeeld werd. De plukopbrengst werd meegenomen naar een, in mijn herinnering, ommuurde tuin. Er werden meerdere grote vuren aangestoken waar grote zware ketels boven kwamen te hangen. De bladeren, stengels en wortels werden samen met grof gesponnen wol gekookt. En wat er vervolgens gebeurde was voor mij magisch, na een aantal uren pruttelend in de ketel, kwamen dezelfde strengen gekleurd uit deze ketels tevoorschijn. Ik zag okergele, dieproze en bastbruine kleuren tevoorschijn komen. Ze werden te drogen gehangen aan lange waslijnen. Aan het eind van de dag ging elke vrouw met een mand gekleurde wol naar huis. Mijn moeder ging er in de herfst mee aan de slag, spon de garen tot fijnere bollen en breide er mutsen en vesten van die ons in de winter warm hielden en vreselijk kriebelden.


Door met de seizoenen mee te leven, de natuur te vieren en op die manier stil te staan bij de rijkdom die ze ons geeft, voelen we ons vanzelf een sterker onderdeel van onze fabuleuze natuur. Door vervolgens hiermee iets te maken/creëren, de natuur door onze handen te laten gaan, ervan te leren, erdoor geïnspireerd te raken en er iets van onszelf in te leggen voelen we ons gevoed: vervuld met energie en leven.


Ik zie steeds meer makers om me heen, zowel professioneel als recreatief. De voldoening van iets maken met behulp van de natuur, de waarde die het met zich meebrengt je aandacht en liefde erin te leggen. Het respect dat je krijgt voor het materiaal en haar werking en alle makers die je voor gingen. Het maakt dat het gemaakte een ziel krijgt. En het is deze bezieling die voelbaar is voor de gebruiker, een verschil maakt en het is deze bezieling die de wereld mooier maakt.

_ Maaike Koorman – verzamelaar/storyteller/maker www.maaikekoorman.com

Mijn jeugd bracht ik door in een omgeving zonder bossen. Alles was woonwijk of boerenland. Toen ik twee, drie jaar was, ontdekte ik een rups in ons tuintje en vertelde mijn vader dat die zou veranderen in een vlinder. We deden het diertje in een jampotje met een doekje erover. Ik zorgde, dat het steeds dichtbij me bleef. Toen het bedtijd werd en ik onder de wol werd gestopt, wilde ik de rups op mijn kussen laten slapen. Mijn ouders lieten dat toe, maar haalden het diertje weg toen ik sliep. Toen ik ’s ochtends wakker werd, zeiden ze dat de vlinder door het open raam moest zijn weggevlogen… (Dit verhaal is me door mijn ouders verteld; op zulk een jonge leeftijd is het geheugen nog niet ontwikkeld.)

_ Diana Kam

Als je opgroeit op het platteland en het huis aan een landweg tussen velden en bos staat, en je leven speelt zich de eerste jaren daar voornamelijk af, dan krijg je een enorme binding met de natuur om je heen. De geuren, de kleuren, de natuurgeluiden, de verschillende vormen, ze komen allemaal diep binnen. Ik werd niet afgeleid door ruis uit stad of dorp en ik werd niet afgeleid door radio en tv. Ik ben geboren in 1961 en achteraf kan ik zeggen dat het voelt als dat ik in het paradijs ben geboren.


De wilde bloemen in de bermen bloeiden met allemaal verschillende kleuren en geuren. Er waren volop insecten en vlinders. Rupsen waren er ook in allerlei uitvoeringen, vaak met prachtige kleuren en tekeningen op hun rug. Het gonzen in de lucht van de bijen hoorde ik letterlijk en ik hoorde ook de vogels die in de lucht vlogen. Op een zomernacht mocht ik met mijn broertje buiten slapen. Dat gebeurde in een zelf gefabriceerde tent met een paar dekens over twee stoelen gedrapeerd. Midden in de nacht werd ik wakker en keek recht tegen de maan en de sterren. Ik was diep geraakt.


Ook kon ik uren zitten aan de waterkant en dan kijken wat voor leven er zich allemaal in die slootplas afspeelde. Niet alleen de dieren vond ik interessant, ook de planten en bloemen hadden mijn interesse. Achteraf kan ik zeggen dat ik mij kon laven aan de schoonheid van de bloemen, planten en dieren en genoot van de heerlijke geuren.


Dat werd anders toen ik de samenleving in ging. Ik ging naar school en leerde uit boeken. Natuuronderwijs had mijn belangstelling. Op de middelbare school genoot ik tijdens de fietstocht naar school vooral van de wisseling van de seizoenen, de jonge lammetjes en geitjes die in het voorjaar werden geboren en de prachtige bloemen die in de bermen te zien waren. Ik stapte graag af voor rijpe bramen en voor volzoete krenten die aan de struiken hingen. Maar op school was er weinig natuur. De biologielessen vond ik interessant.


Hoe verderop ik in mijn leven kwam, hoe meer de natuur uitgebannen leek te worden. Het leek wel of het los stond van het leven. Dat heb ik mijn hele leven niet begrepen. Ik ben steeds weer op zoek gegaan naar de connectie tussen natuur en deelaspecten van het leven. Stapje voor stapje is het mij gelukt om de natuur weer volledig in mijn leven te integreren. Of het nu gaat om werk, om het opvoeden van kinderen, om gezondheid of om wonen, ik heb het allemaal weer bij elkaar kunnen brengen. Daar is uiteindelijk ’t Natuurlijk Huus uit ontstaan in Raalte (www.hetnatuurlijkhuus.nl). Het is een inspiratieplek geworden voor natuurlijk en duurzaam wonen en leven. Gelukkig kunnen we veel bezoekers enthousiast maken om ook zelf weer meer de verbinding met de natuur aan te gaan.


Ik heb een hele omweg moeten maken in mijn leven en ik ben blij dat ik nu opnieuw kan zeggen dat ik me in een paradijsje begeef en me heel fijn voel met al de natuur om mij heen en het natuurlijke leven dat ik kan leiden.

_ Agnes Heethaar

Als je je ogen dicht doet en een paar minuten de tijd wil nemen, wat zijn dan je antwoorden op deze twee vragen.

Wat heb je van de natuur nodig om je deel te voelen van haar? 

En wat heeft de natuur nodig om zich één te voelen met jou?