Laatste woorden,
Na 2300 dagen laat ik je los, lief NatuurCollege
bijna dag en nacht was ik met je bezig
om je om te vormen tot een nieuwe stijl
waarmee je kon wortelen in wetenschap en onderwijs.
Dat deed ik niet alleen,
het eerste – en vreemd genoeg ook het laatste – dat ik in gang zette
was het vormen van een gemeenschap —
meerdere gemeenschappen met ieder een eigen gezicht
het leek mij een kracht maar het bleek ook een zwakte.
Een gezicht voor de wetenschap, gezichten voor het onderwijs
een gezicht voor een groot online publiek
gezichten voor een nieuw type tussenjaar
gezichten die een broedplaats vormden
en gezichten die op afstand kritisch meekeken
of het nog wel de kern raakt waar NatuurCollege voor staat.
Ik vergat hierin vaak mijn eigen gezicht
en dacht dat iedereen elkaar vanzelf wel zou zien;
maar zoveel verschillende gemeenschappen
drijven eerder uit elkaar dan dat ze voor elkaar gemaakt lijken.
Daarom een paar woorden van advies
voor een volgende generatie.
<>
Als je het idee hebt dat het goed gaat
ben dan extra alert
gebruik je vrijgekomen energie om een vlam aan te blazen
die nog niet wordt gezien
omdat je te druk bent met tevreden zijn.
De zon laat ook niet tevreden het blad van de plant los
als deze de zuurstof en suikers heeft gemaakt
om door te geven aan andere vormen van leven.
Mensen hebben het vermogen ontwikkeld om los te laten
om zichzelf los te maken
van het doorgeven van leven.
Als je de aangewezen leider bent van een mensengroep
dan is het jouw rol om niet los te laten
maar om aan te blazen, door te geven
in beweging te houden en met aandacht glimlachend
gade te slaan.
Zachtjes, zonder dwang.
Maak het niet te menselijk
benadruk niet
dat er een beter en een best is
er is alleen een raakbaar samen.
Je helpt niemand te ontsnappen
van het eindelijk voorbij gaan
van iets dat in de weg stond
voor waar het eigenlijk om gaat.
Geef toe maar geef niet op.
Er is niets dat je op kunt geven, want het was er al
en het is.
Als leider van een mensengroep kun je weten
dat waar het eigenlijk om gaat – er al is;
het is er al. Maar niet waar zij die hard werken
het denken te vinden.
Alle werk is vervangbaar
zeker hard werken —
maar wat niet vervangbaar is
is vertrouwen.
<>
Als je, net als ik, een onmogelijke opdracht had
om dat wat in essentie niet kan worden aangepast
zoals ‘natuur’ of ‘kennis’ of ‘waarde’ of ‘waarheid’
of in mindere mate ook ‘democratie’ of ‘leefomgeving’
of ‘gezondheid’ of ‘cultuur’ of ‘energie’ —
als jou is gevraagd om hier het beste van te maken
doe dat – maar niet alleen.
Doe het niet alleen met experts, niet alleen met eindgebruikers
niet alleen met tegenkrachten en niet alleen met geldschieters.
Doe het met geen van al deze rollen
want de essentie bestaat juist daarbuiten.
Doe het niet alleen vanuit een ideaal
niet vanuit het nooit meer maken van een fout
niet alleen vanuit je onderbuik of intuïtie
niet vanuit dat advies dat iedereen herhaalt
niet vanuit een goede investering
niet vanuit het voorkomen van herhaling
want niets van dat alles draagt de essentie.
De essentie kan niet worden aangepast
we raken het alleen steeds kwijt.
We laten los – weet je nog – wat eigenlijk niet los te laten is
we denken ons los
jij denkt je los
jij pakt je verlies
jij pakt je boeltje op
jij faalt, zij wijzen na en jij faalt nog meer.
Dit doen we elkaar – onder mensen, aan.
Je bent bevoorrecht als leider van een mensengroep
omdat je nu eindelijk kunt zien
wat iedereen alleen en eenzaam dacht te dragen.
Bekijk met een glimlach
dat ideaal dat je ooit had,
de fout die je vergeten bent en waarvoor nu
een angst de plaats heeft ingenomen —
je onderbuik die je telkens weer tegenspreekt,
het goed advies waarvan je weet dat het wel waar is maar niet haalbaar
de herhaling van de herhaling die je maar niet kunt voorkomen.
Omring je met gemeenschappen die dit allemaal overkomt
en kijk de hele tijd rond om te zien
dat er altijd iemand is – die hierin verstrikt
op het punt staat om – op te geven
en los te laten
wat niet los te laten is.
Blijf niet beschouwelijk
leer onmiddellijk te reageren op welke manier je wordt geraakt
maak fouten door je in fouten in te leven die jij zelf misschien niet zou maken.
Vermijdt details waarom iemand fouten maakt
je kunt zijn of haar leven niet overdoen of naspelen
het gaat om het vergif en niet om het moment van vergiftigen.
Laat los als je hierin meegesleept wordt
laat tegenstellingen je niet verscheuren
en zwak niet af als je er met jouw kennis niets van begrijpt.
Beweeg niet naar de ander als jij zelf in nog beweging bent.
Wacht.
<>
De grootste bedreiging voor een leider
is het bijkomend en geaccepteerd vergroten van vermogen,
het almaar verhogen van status
en het monopolie op geweld – in welke vorm dan ook.
Leiders verdienen levenslessen
en genieten van de gerichtheid
op de essentie
en de veelheid aan betekenissen die hieruit ontstaan.
Het is aan leiders om dit niet voor zichzelf te houden
omdat het niet van hen is, maar van het collectief
omdat alleen in gezamenlijkheid de menselijk neiging om los te laten
is te bedwingen.
Stel je de groep voor in een V-figuur
als een groep wilde ganzen op hun lange jaarlijkse overtocht —
elkaar afwisselend in de voorste positie,
de zwaarste positie in de kop van de wind,
iets lichter gemaakt door twee soortgenoten er direct achter.
De gans voorop weet op een deel van de route als beste de weg
iedere gans kent een deel van de route
en is voor een deel de gans op kop.
Een leider speelt een rol en dankzij die rol
kunnen anderen herkennen wanneer zij dezelfde rol kunnen vervullen
en wanneer niet.
Bij mijn afscheid kreeg ik van het team
en alle prachtige mensen uit de broedplaats
een messing vulpen met twee inscripties:
Op de pen zelf: ‘De verte is genoeg.’
Op het doosje: ‘Liever dwaas dan rechtlijnig.’
De rol die ik voor NatuurCollege heb aangenomen heb ik afgelegd.
Mijn dicht bij haar beweging is voorbij – de verte is genoeg.
Nooit was ik als leider rechtlijnig en dat was bij tijd en wijle heel dwaas —
op zulke momenten wilde ik me naar achteren laten zakken,
achteraan de groep in de V-formatie.
Wel blijven vliegen, maar niet op kop.
In dankbaarheid, april 2026.
_ Paul Roncken

