Skip to main content

Natuur is in de problemen, zeggen de mensen. Nou, nee, zeggen anderen, de natuur redt zich wel. Zoals een bollenteler te kennen gaf: “Kwetsbaar? Je wilt niet weten wat ik moet spuiten om de natuur er onder te houden”.

De bollenteler heeft gelijk: de natuur gaat wel door. Wild en onverschillig als zij is zal zij overleven, ondanks alle aanvallen en tegenslagen. Zo niet de natuur, dan staat toch in elk geval de biodiversiteit onder druk. We hebben rode lijsten van dieren en planten die we extra moeten beschermen, omdat ze op uitsterven staan. Eigenlijk horen mensen ook op die lijst: omdat het klimaat verandert, omdat de biodiversiteit afneemt, omdat onze oceanen vol zitten met plastic en omdat we de rest van ons afval ook niet meer kwijt kunnen zijn we druk bezig om onze eigen biotoop te vernielen.
Voor ons voedsel, ons onderkomen en daarmee voor ons bestaan zijn we volledig afhankelijk van de natuur. Alleen al omdat we in symbiose leven met miljoenen bacteriën die het merendeel van onze ziektes met succes aanpakken zonder dat er een dokter aan te pas komt. Ook voor ons mentale welzijn hebben we de natuur nodig. Wandelen in de natuur is een van de meest effectieve manieren om stress tegen te gaan. Ervaren dat we deel uitmaken van de natuur maakt dat ons eigen dikke ik – het resultaat van het doorgeschoten individualisme van deze tijd – op prettige wijze wordt gerelativeerd: we horen erbij en we doen er toe, ook als we niks bijzonders doen.
Anders dan vaak wordt verondersteld is de natuur niet het probleem, zij biedt  juist oplossingen. Het probleem is dat we intussen behoorlijk vervreemd zijn van de natuur en daarmee ook van elkaar. In onze complexe wereld zoeken mensen een veilig heenkomen in een obsessieve gerichtheid op het zelf, waarmee de verbinding met anderen op losse schroeven komt te staan, zo constateerden kritische filosofen van de Frankfurter Schule decennia geleden al. Een dergelijke zelfgerichtheid leidt tot beschavingserosie en een gebrek aan liefde voor het leven, voor de medemens en voor de wereld om ons heen.
Als tegenhanger van vervreemding introduceert de Duitse socioloog Hartmut Rosa het begrip resonantie. We resoneren met de wereld om ons heen wanneer we in staat zijn om responsieve, transformatieve, niet-instrumentele relaties aan te gaan. Dat kan met mensen, met de natuur, dat kan met kunst en met ons werk: een filosoof met tekst, een tuinman met planten, een bakker met deeg. Het gaat om het aangaan van een relatie met de ander waarin de focus ligt op onverdeelde aandacht, op luisteren en op antwoorden. Wanneer we in resonantie komen met een ander wezen of ding, dan worden we geraakt, aangetrokken en zal ook tegen ons gesproken worden. Zo ontstaat een dialogische relatie, aldus Rosa.
Resoneren moeten we leren, resoneren met elkaar en met de natuur. Om de problemen in onze leefomgeving op te lossen moeten we leren luisteren naar elkaar, met aandacht en geduld, ook als we het niet eens zijn. We moeten de moed hebben om de dingen te zeggen die gezegd moeten worden. We moeten voorzichtigheid en zuiverheid betrachten in ons denken en spreken om met elkaar tot rechtvaardige oplossingen komen.
Hier ligt een noodzakelijke ambitie voor het onderwijs. Geïnspireerd door de idee van ‘wilde pedagogiek’, dat gericht is op leren leven met de natuur ontwikkelt het Natuurcollege hiertoe handvatten in de vorm van principes en hoopvolle praktijken voor de ontwikkeling van onderwijscurricula. Zo creëren we een noodzakelijke basis om er met zijn allen voor te zorgen dat de natuur de oplossing gaat zijn voor de vele problemen waar de mensen op dit moment haast aan ten onder dreigen te gaan.
_ Noelle Aarts, ISiS, Radboud Universiteit Nijmegen
X