Wat is dan belangrijk?
„Er moet respect zijn voor elkaars kennis. En je moet de bron van spanningen en conflicten durven aankaarten en verkennen. Vaak wordt dat uit de weg gegaan.”
En lukt dat?
„Het gaat nog vaak mis. Ik moet weer denken aan het voorbeeld van Noord-Thailand dat ik in het begin noemde. Daar deden inheemse volken aan rotatie-landbouw, ze wisselden gewassen af, in bebost gebied. Maar in de jaren 90 werden de bomen, met toestemming van de overheid, gekapt. De meeste dorpen stapten over op andere vormen van landbouw, behalve drie dorpen, die wilden het bos herstellen, gebaseerd op de principes van rotatie-landbouw. Dat is prachtig gelukt. Het bos is teruggekomen. In een deel van het gebied verbouwen ze rijst. Ze hebben rotatieveldjes waar ze 2, 3 jaar iets verbouwen en het dan een tijd braak laten liggen. Er zijn fruitbomen en koffie, gemengd in het bos. Het hele systeem is rijk aan biodiversiteit en erg productief.
„Het was mooi om te zien hoe wetenschappers erop reageerden. Want meestal waarderen ze zo’n hersteld bos minder dan een primair bos. Maar ze hadden plezier, waren onder de indruk van de verhalen. En wat deed de overheid vervolgens? Die wil het gebied als natuurreservaat bestempelen. En dat betekent dat de mensen eruit moeten. Want dat is een ander voorbeeld van de problematische kijk op mens en natuur: dat ze gescheiden moeten zijn. Je ontkent daarmee dat we afhankelijk zijn van natuur. En dat mens en natuur kunnen samenwerken.”
In Nederland is er grote druk op de landbouw om te veranderen. Minder focus op productie, meer natuur. Hoe kijkt u daar tegenaan?
„In Zweden gaan we dezelfde richting op. Die omslag is hard nodig. Maar ook lastig, omdat de overheid het landbouwsysteem decennialang de richting van meer productie heeft opgestuurd. En nu slaat ze de boeren omdat ze deze schadelijke kant op zijn gegaan. Erg constructief is dat niet. Wederzijds respect en dialoog zijn fundamenteel als je verder wilt komen.”
Gaat u uw Wageningse studenten ook college geven in de buitenlucht?
„In Wageningen gebeurt dat al, en ik sluit daarbij aan. Het wordt ook expliciet gestimuleerd door de stichting Natuurcollege, die mijn leerstoel heeft ingesteld.”
En heeft u nog een tip om anders tegen natuur aan te kijken?
„De eerste stap is om te reflecteren op je eigen aannames, en je te realiseren dat die heel diep zitten.”
Maria Tengö (49) studeerde ecologie in Uppsala en Stockholm. Ze promoveerde op het aanpassingsvermogen van landbouwgemeenschappen in Tanzania. Sinds 2010 onderzoekt ze in Stockholm hoe je wetenschappers en mensen met inheemse kennis met elkaar in contact kunt brengen en ze op een open, eerlijke manier kennis kunt laten uitwisselen.
Tekst Marcel aan de Brugh, wetenschapsjournalist NRC
Foto’s Elisabet Hubbe