Skip to main content

Essayistisch verslag 3e Groeneveld Dialoog 5 maart 2024 _ Paul Roncken

De Groeneveld Stichting en NatuurCollege werken samen aan vier ‘Urgente Ontmoetingen’ per jaar.

“De Aarde is van niemand, maar de maan is van de Amerikaan Dennis Hope. Hij is multimiljionair geworden door het verkopen van stukjes maan (lunarembassy.com). Hadden we maar beter moeten luisteren naar Rousseau en zijn invloedrijke essay over de fundamenten van ongelijkheid tussen mensen (1755): ‘Hoeveel misdaden, oorlogen, moordpartijen, ellende en verschrikkingen zouden het mensengeslacht niet bespaard zijn gebleven, als iemand toen de palen had uitgerukt of de gracht had dichtgegooid, en zijn medemensen had toegeroepen: ‘Luister niet naar deze bedrieger; jullie zijn verloren als jullie vergeten dat de vruchten van de aarde voor iedereen zijn en dat de aarde van niemand is’.”

Tijdens de soep en broodjes vooraf, spraken we over onze ervaring met een ‘common’ of ‘meent’, als een manier om iets met elkaar te delen, zonder er de enige eigenaar van te zijn. Dit bracht anekdotes boven over verbazende en soms lachwekkende situaties over menselijk gedrag. Relaties tussen mensen die op spanning komen te staan als ze een gezamenlijke weg of rioolaansluiting aanleggen of hun rommel een plek geven of hun grenzen aangeven. De tragiek of kolder van de commons is niet ver weg. Het was dan ook één van de terugkerende onderwerpen tijdens de dialoog op het podium van kasteel Groeneveld.
Een inwoner van bewoners-collectief de Kersentuin was er heel open over: ‘Ik leef dus in zo’n meent… en mijn ervaring is dat met veel praten, je begrip voor elkaar ontwikkelt’.
Het principe van de meent – de Nederlandse common – is vele honderden jaren oud en nooit helemaal verdwenen. Thijs Lijster, de eerste spreker deze avond, beschreef het in zijn boek ‘Wat we gemeen hebben’ (2022). Het principe van de meent is springlevend en komt als geroepen. Nooit eerder deelden we zoveel met elkaar op zo’n grote schaal, vooral dankzij het wereldwijde web. ‘Ons’ internet. En nooit eerder waren er zulke grote bedrijven met zulke populaire producten zoals frisdrank of batterijen die gebruik maken van ‘onze’ gezamenlijke mineralen en water. Allemaal ‘haakjes’ om ons en onze. Zogenaamd van ons. En horen ook dieren en planten en mineralen bij ons?
Ook terreinbeherende organisaties in Nederland kunnen zich afvragen of de grond die zij beheren van hen is, inclusief de nematoden, microben en pieren in die grond. Dirk Sijmons – die sprak namens het bestuur van Groeneveld, had het de directeur van Staatsbosbeheer eens gevraagd. En die had zonder blozen ‘ja’ gezegd. Pieren zijn ook van Staatsbosbeheer. Dat was vast onbewust onwetend.
Thijs Lijster beschreef heel rustig de cultuurgeschiedenis van de meent. Maar hij sprak een onderhuids gevoel aan van burgerlijke ongehoorzaamheid als tegenreactie op iets dat ons allemaal lijkt te overkomen, net als de oud Engelse ‘diggers’ en ‘levelers’. De ‘diggers’ met hun schep in de grond om de omheining met palen uit de grond te halen; de ‘levelers’ met vereende krachten om aarden wallen weer vlak te krijgen. Burgerlijke ongehoorzaamheid uit de 16e eeuw van gewone mensen die de omheiningen van de adelijke bestuurders om de gemeenschappelijke gronden net zo snel weghaalden, als ze werden aangebracht. Er daalde een boodschap in. Een cultureel patroon van honderden jaren oud. Herkenbaar als een collectief trauma van de strijd om eigendom van de Aarde die van niemand is, behalve van zichzelf. Of van de brutalen.
Met een zucht van verlichting werden de eerste woorden van Daniëlle Huls verwelkomd. ‘Ik waarschuw maar vast, ik ga nu een heel praktisch voorbeeld bespreken hoe we wel samen kunnen leven’; de architecte van boerenerf de Vliervelden waar naast de boerenfamilie ook nog 28 huishoudens op wonen. Stadsmensen die door slechts vijf kernpunten te ondertekenen, onderdeel worden van een nieuwe mengvorm van wonen, werken en landbeheer. En het mooiste: er is geen bestemmingsplanswijziging voor nodig geweest. Het is een boerenerf gebleven en geen woonwijk. Dat schept mogelijkheden voor al die vrijkomende boerenerven in Nederland!
Daniëlle Huls raakte de juiste snaar. Dit was voor velen in de zaal de reden om hier vanavond te zijn: het praktisch maken van een diep verlangen. In woonwijken of woonblokken kennen we het al veel langer: het delen van een gemeenschappelijke achtertuin. Maar het mengen van echt verschillende functies, zoals landbouw en wonen en natuurontwikkeling, dát is waar deze zaal opgewonden van raakte.
Aan Daniëlle werden veel praktische vragen gesteld. Hoe doe je dit en voorkom je dat? Haar antwoord was steevast helder. Het werkt op dit erf, omdat de balans goed is tussen de verschillende delen. Niet teveel huishoudens om niet het contact met elkaar te verliezen. Voorlopig niet meer dan 30 huishoudens, als een goed gevuld klaslokaal met leerlingen van een nieuwe – of oud verleerde – vorm van leven. Zorg voor een goed gemengde groep door veel verschillende vormen van woningen, klein en groot en middel. Zorg voor ruimte om te kunnen rommelen en een vorm van creativiteit te ontwikkelen die niet teveel onder toezicht staat. Zorg voor zintuigelijke ruimtelijke overgangen tussen privé en collectief; een hoogteverschil als afbakening, een afscherming uit het zicht en gehoor. Voor ingewijden in de architectuur zijn het precies die principes die architectuur een menselijke maat geven.

Foto _ Boerderij Vliervelden, ontwerp KettingHuls, fotograaf Sebastian van Damme

Tekening _ KettingHuls

‘En…’ vroeg een jonge vrouw, ‘hoe zit het dan met de koeien, bijvoorbeeld? Zijn ook de koeien van iedereen of van zichzelf?’ Dat was een heel wezenlijke vraag. Een vraag die ook in de inleiding van Dirk Sijmons was aangekondigd. Hoe vinden we een weg naar een van-zichzelf-zijn? Een andere vrouw vulde aan: ‘Ik zou graag willen inbrengen dat we het hier veel hebben over het vormgeven aan natuur. Maar waar ik woon is een bos-dat-van-zichzelf-is. Als ik daar mensen mee naartoe neem en ze vraag: ‘ben jij ook van jezelf?’; dan verkennen we daarmee iets anders dan gecontroleerd vormgeven. We verkennen dan een integratie met natuur, een omgang met iets zoals het nu eenmaal is.’
Dat kwam wel even binnen. Er klonk een instemmende silte. En inderdaad, de praktische vragen over het opzetten van een gemeenschappelijk erf maken nog altijd een onderscheid tussen binnen en buiten de afgesproken regels. Binnen de ‘meent’ gelden regels waar iedereen zich aan moet houden. Ook de natuur.
‘Eigenlijk moet de hele Aarde aangewezen worden als Unesco werelderfgoed’, bracht de man droogjes in, die met kruiwagen en al was binnengereden en eerder helemaal naar Parijs was gelopen om die boodschap over te brengen.
Thijs Lijster verwoorde een prachtig antwoord op de terugkerende vraag hoe de druppel op de gloeiende plaat groter kan worden om ook de schaal van de hele planeet positief te beinvloeden. Gaat iedereen zich houden aan de genuanceerde regels van een meent? Hij gaf als antwoord, dat het nodig is om de ziel te raken. En dat het mogelijk is om de ziel te raken is aangetoond met een voorbeeld dat ons allemaal is overkomen. We zijn allemaal doordrongen en beinvloed door de toegenomen marktwerking en vermindering van overheidsbemoeienis. Onze ziel is neo-liberaal geraakt. Dat is ons in een periode van 40 jaar overkomen en dat geeft dus een perspectief hoe het kan gaan in de toekomst. Er is een ander wereldbeeld nodig om gemeenzin te ontwikkelen. ‘Het is als reukzin, of tastzin’ concludeert Lijster. ‘Gemeenzin is een zintuig dat ontwikkeld kan worden en een voorwaarde om gedeeld eigendom te laten groeien’.
Iemand bracht voorzichtig in dat met de ervaring van Kibboets in het Midden Oosten al vanaf 1910 veel ervaring is opgedaan met gedeeld grondbezit en woonvormen die duurzaam leven. Waarbij soms zelfs afstand is gedaan van geld als ruilmiddel. Is er niet enig effect op de ziel te merken van deze experimenten?
Er worden voorbeelden gedeeld over het telen van gewassen als isolatiemateriaal voor te verduurzamen woningen. Met zulke ketens kunnen gemeenschappen die misschien niet direct met elkaar leven, toch een gemeenschappelijke bron van regeneratieve bouwmaterialen delen. Of zoals dat gaat met Herenboeren, Lenteland en Land van Ons en hun invloed op voedselketens. Is dat niet de vorm van delen en groei die we bedoelen? JA! En haal ook de grond uit de handel en het economisch systeem, anders blijf je vastzitten aan de huidige opvattingen over groei. Dan stijgt de grondprijs waardoor de grond vanzelf terechtkomt bij degenen die het kunnen betalen. Bij steeds minder mensen dus.
Deze avond werd er flink geworsteld met de consequenties om vanuit een meent te werken aan een betere relatie met de Aarde. De verleiding om het goede te doen met een kleine groep mensen is groot. Bescheiden. Onschuldig. Niemand tot last en toch iedereen tot voorbeeld. Maar er speelt ook een geweten op, omdat zo’n gemeenschappelijkheid altijd een vorm van uitsluiting vraagt van degenen die niet meedoen. Het is verstandig is om de grens van een meent niet potdicht te maken. Want wie deelt binnen een meent kan een voordeel opbouwen dat anderen achterstelt. Er moet een vorm van openheid zijn. Naar andere meenten en naar niet-meenten.
Leven in een meent is volgens sommige gespreksgenoten daarom niet de vorm die gemeengoed zal worden. Het is een manier van leven voor degenen die daar zin in hebben en die zin willen onderhouden. Het samenleven binnen een gemeenschap met een actief boerenbedrijf is een vorm die (stads)mensen veel kan leren. Maar het is nog niet het complete antwoord op de vraag van wie de Aarde is. Het is een tussenvorm en daarmee een leeromgeving, om te leren omgaan met een cultureel trauma dat honderden jaren lang is ingesleten. Het is een proces van dekolonisatie van de ziel.

Tekening _ KettingHuls

Foto _ Boerderij Vliervelden, ontwerp KettingHuls, fotograaf Sebastian van Damme

Naschrift 1

Een vraag die nog niet beantwoord is, maar wel op de agenda stond: is een meent nu vooral iets van politiek links? Past het bij een open of een gesloten vorm van politiek?

 

Naschrift 2

Meent-washing of Common-washing is iets waar we alert op moeten zijn, waarschuwt Thijs Lijster. Dat we niet meer spullen met elkaar maken om te delen, zoals deelfietsen die daarna op een grote afvalberg terechtkomen waar maar één bedrijf voor verantwoordelijk is. De markt is niet geschikt voor het opzetten van een deeleconomie, zolang de markt groei van productie en winst nastreeft.

 

Naschrift 3

Probeer vooral ook het boek van Helmuth Plessner te lezen dat in het Nederlands is vertaald als ‘Grenzen van de gemeenschap’. ‘ Wie radicaal is, heeft idealen die in steen zijn gebeiteld. Maar de mens zelf is niet van steen. We vallen nooit helemaal met onszelf samen, en dus ook niet met onze idealen. Neem geweldloosheid. Zeker iets om naar te streven, maar kun je echt altijd geweldloos zijn? Vanuit deze gedachte – streef idealen op een open manier na – ontwikkelde de Duits-Nederlandse denker Helmuth Plessner (1892-1985) een politieke filosofie.

 

Naschrift 4

In mei, bij de volgende dialoog, gaan we dieper in op de toekomstbeelden van voedselproductie. Er is waarschijnlijk meer technologische voedselproductie nodig om genoeg ruimte te maken voor een ‘halve Aarde’ aanpak, zoals E.O. Wilson in 2016 voorstelde: het met rust laten van de helft van de Aarde voor het bewaren van de complexe evolutieprocessen die we nu in hoog tempo verliezen. Dan hebben we voedselproductie nodig vanuit precisiefermentatie en kweekvlees: moleculaire agricultuur. Vanuit voedselkwaliteit is het maar de vraag of dat gezond is. Mogelijk zijn wij minder ons brein en meer onze darmen. Daarom is er juist een complexe biodiversiteit in de bodem nodig om het soort voedsel te maken waar mens en dier en plant sterker van worden. We zullen juist meer tijd moeten gaan besteden aan grondbewerking voor de voedsel- en grondstoffen productie, en ook meer grond nodig hebben. Minder grond dus voor rewilding. Hoe laten we ons voedsel de Aarde vormgeven?
X