Tussenjaar Overijssel: reflectie op de co-creatie sessies januari/februari 2026
_ Paul Roncken
Het kan zomaar eens gaan lukken deze keer:
een nieuw type tussenjaar als een fundamentele aanvulling op de huidige schoolcarrière van jongeren tot 30 jaar. Een zachte landing voor jongvolwassenen die in het onderwijs wel leren wat er van ze wordt verwacht, maar daarbij veel wezenlijke levenslessen overslaan. De meest gehoorde reden waarom sommige tussenjaar programma’s zo populair zijn is het bieden van tegenwicht tegen hypernervositeit. Dat kreeg onze stagiaire Nikki de Mol mee tijdens het interviewen van meer dan 15 aanbieders van tussenjaar programma’s. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving concludeerde iets vergelijkbaars (Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving 2025): ‘Er is meer ruimte nodig voor de waarden van verbinding, verscheidenheid en vertraging’. Niet alleen voor jongeren.
Hypernerveus is een goed gekozen beschrijving van een gedeelde ervaring van een oudere en een jongere generatie. De ouderen die al lange tijd gebukt gaan onder hypernervositeit, bevestigen hun eigen en vaak tegendraadse keuzes door op te trekken met jongeren die slechts met één teen in het water van nervositeit hebben gestaan en er al van terugdeinzen. Generaties leren van elkaar en delen een nieuw ingeslagen weg. Het is Nikki opgevallen dat al de tussenjaar aanbieders iets willen repareren wat in het huidig onderwijs steeds meer onder druk komt te staan: betrokkenheid, emoties en kwetsbaarheid. De aanbieders zijn diep begaan met jongeren die ervaren dat er veel onbesproken blijft – of de indruk krijgen dat het hun eigen schuld is, dat ze de boel niet op orde hebben.
Ook is het opvallend dat de huidige tussenjaar-aanbieders het initiatief van NatuurCollege niet als concurrent maar als een waardevolle aanvulling verwelkomen. Zelfs een kans om samen op te trekken voor meer landelijke aandacht. Financiering is namelijk voor alle aanbieders niet gemakkelijk en groei ambities blijven daardoor achter – ondanks de aanhoudende stijging in het aantal jongeren dat een tussenjaar neemt. Na de middelbare school kozen 1 op de 5 vwo’ers en 1 op de 6 havisten in 2023 voor een tussenjaar (Wever, 2025 Even op adem komen: waarom jongeren kiezen voor een tussenjaar – Youngworks). MBO studenten kennen tussen 16 en 18 jaar nog een leerplicht, maar de uitval in deze groep is voor sommige organisaties ook een grote zorg. Daarbovenop zijn er ook jongeren die ervoor kiezen om na hun opleiding, hun eerste baan of hun eerste (serieuze) relatie een tussenjaar te nemen. Zelfs veel volwassenen willen een tussenjaar. Wie eigenlijk niet?
De enthousiaste respons op de oproep van NatuurCollege
Voor ons als initiatiefnemer van een ambitieus nieuw type tussenjaar ligt er een win-win situatie klaar. Het vooruitzicht van een meer ervaren generatie om betrokken te zijn bij het ontwikkelen van een nieuw programma is een manier om nieuwe generaties te behoeden voor valkuilen die nog steeds bestaan, maar waar de maatschappij als geheel nog geen antwoord op heeft. Het is een krachtige wederzijdse relatie tussen generaties, gebaseerd op een diep doorleefde, eigen ervaring. Een reactie op een te veel aan individualisme, een te veel aan sociale druk in een prestatiesamenleving met een overfixatie op versnelling.
Een meer ervaren generatie is de afgelopen decennia tot het inzicht gekomen dat voortjakkeren individueel niet vol te houden is. Het leidt tot een verwaarlozing van betekenisvolle onderdelen van het leven die er – dan maar – gratis bij moeten worden gedaan. Gratis omdat ze geen onderdeel zijn van het beloningssysteem van een handelseconomie. Gratis is geen probleem maar wel als dat betekent dat je daarmee je vaste lasten niet kunt betalen of geen fijn huis kunt vinden.
De omgang met natuur is daarbij vaak een sleutel gebleken. Meer buiten zijn, zelfs in de striemende regen, de kou en wat honger, heeft geholpen om eigen problemen te relativeren. Door met geduld en vanuit oude tradities samen te leven met planten en dieren ontstaat een openheid en verwondering naar de verscheidenheid van alle levensvormen. Door te vertragen gelijk aan het tempo van natuurlijke evolutie vermindert de aanwezigheid van woede, frustratie en depressie. Veel volwassenen hebben zelf hun helende weg vormgegeven door te werken in een tuin of in een voedselbos. Ze hebben zelf langzame maar duurzame inzichten opgedaan tijdens het lopen van afstandspaden en pelgrimstochten. Hebben zichzelf de ruimte durven geven in het volle aangezicht van de zon, de maan en de getijden van het leven. Dat gunnen zij nu iedereen. En in het bijzonder een jonge generatie die de klimaatproblemen en de achteruitgang van biodiversiteit aan den lijve gaan ondervinden.
Deze beladen motivatie van een nu volwassen generatie is een kracht en voor mij persoonlijk ook een punt van aandacht en kritiek. Iedere generatie kent eigen gedoe. Ik gun een jonge generatie, met een ongekende toekomst, een eigen weg. Het concept jaarprogramma dat wij hebben uitgedacht laat veel ruimte voor ‘flipping the classroom‘, het omdraaien van de rol tussen leerling en begeleider. We hopen daarmee te voorkomen dat we teveel van onszelf in een nieuwe generatie willen zien.
Er kwamen 80 mensen bij elkaar tijdens twee co-creatie sessies
(online en in Zwolle). Tachtig prachtige en krachtige mensen en misschien wel evenzovele organisaties die zij vertegenwoordigen. Van deze 80 hadden er 60 interesse om inhoudelijk te werken aan het opzetten van nieuwe leerlijnen en aanbod. Er is gretigheid en er is vertrouwen in het aanbod. Er is behoefte aan het verbinden van vraag en aanbod.
Als team vanuit NatuurCollege zijn we zelf ook het meest enthousiast over het ontwikkelen van inhoudelijke leerlijnen. Maar we realiseren ons dat we als initiatiefnemer ook de verantwoordelijkheid hebben om realistisch te zijn en de financiering en het draagvlak buiten onze groene bubbel te organiseren. We werken daarom dankzij een enthousiaste werkgroep aan een brief gericht aan de nieuwe minister van onderwijs en de minister voor jongerenzorg. Er is landelijke steun nodig om de moedige stappen van de provincie Overijssel te ondersteunen. Er is mogelijk ook een sterker verband nodig tussen de verschillende tussenjaar aanbieders. En er is een duidelijk verhaal nodig voor financiers, want er zijn zoveel overheidsprogramma’s (wereldwijd) geschrapt dat de oproep om steun aan ideële organisaties de beperkte groep financiers steeds kritischer maakt.
Voorlopig is de weg die we gaan nog dunbevolkt en dat is deels de charme van een pad buiten de gebaande paden. Weg van de massa. Maar is dit type tussenjaar daarmee niet te elitair? Het is ook nog eens heel kostbaar: 40.000 euro per persoon aan verwachte kosten voor 7 maanden kost en inwoning en begeleiding. En daarbij is de nadruk op natuurverbinding voor sommige financiers ook te eenzijdig. Niet alleen omdat mensen met andere culture wortels een heel andere relatie hebben met natuur, maar ook omdat niet bewezen is dat natuur dé oplossing is. Welk probleem staat er eigenlijk centraal hier? De mentale problemen van jongeren die daarmee te veel geld kosten en niet uitkomen in banen om de economie draaiende te houden? De onderwaardering van praktische vaardigheden – speciaal die op het platteland? Het tegengaan van polarisatie in een prestatiegerichte maatschappij?
Het liefst stellen we ons niet probleemgericht op en werken we preventief vanuit het idee van een positieve gezondheid. Maar financiers en beleidsmakers vinden dat lastig. Zij ondersteunen de groepen die in de problemen zitten, dus: “definieer eerst een helder probleem en laat zien hoe je dat zo effectief mogelijk op kunt lossen”. Dat soort van rendementsdenken is hardnekkig en het is een dooddoener.
Wij voelen ons als initiatiefnemer nog onzeker
Wat op het spel staat is het elitair karakter en de geur van hoogopgeleiden die we wel kunnen ontkennen, maar die toch telkens weer binnenwaait. Onze onzekerheid wordt nog eens versterkt door het idee dat jongvolwassenen helemaal geen opleiding nodig hebben om contact te maken met hun eigen natuur. Het tussenjaar is allesbehalve een opleiding, het is een anti-opleiding. De essentie is juist dat het allemaal vanzelf gaat als je maar vertraagt en verstilt. Maar het geloof in die aanpak gaat voorbij aan een onzichtbare strijd van gezinnen waarvoor een opleiding juist heel belangrijk is. De beste opleiding! Eén met hoge status die buitengewone inzet vraagt om een nog altijd aanwezige identiteits-discriminatie te overwinnen.
Is het niet veel beter om dat wat wij ambiëren binnen het huidig onderwijs aan te bieden? Zodat het niet zoveel extra geld kost? Waardoor iedereen er als vanzelf mee in aanraking komt? Zoals zo mooi aangetoond in de film ‘Geef ze bergen’ over een Nijmeegse school die het zo aanpakt. Zijn we niet stiekem aan het bouwen aan een ander type middelbare scholen of tussenscholen met een curriculum van niet één jaar maar minstens vier jaar?
Ons grote voorbeeld uit Scandinavië (Noorwegen, Denemarken en Zweden)
Daar bestaat al meer dan 150 jaar een grotendeels door de Staat betaald tussenjaar. Ze noemen het geen tussenjaar, ze noemen het Volkshogeschool. Een school voor burgerschap en democratie en het duurt minimaal één en soms twee jaar (als je ook docent ambities hebt die je in het tweede jaar kunt ontwikkelen). De nadruk op burgerschap en democratie is gemakkelijk te vergeten als je naar de meeslepende beelden kijkt van de filmische documentaire Folktales (2025). We deden dat met een volle zaal in Visum Mundi Wageningen. We werden geraakt door de puurheid van de diepe sneeuw en de enthousiaste sledehonden met verschillende karakters – schuw of energiek of sociaal gevoelig – net als de nieuwe lichting jongeren. We werden ook geraakt door de nuchtere begeleiders die nooit iets afdwongen en in plaats daarvan geduldig waren, maar niet altijd ontzorgend want buiten is het echt koud en honden zijn levende wezens die onmiddellijk op je reageren. Er is geen ontkomen aan de grenzen van het bestaan.
Het is de wilderniservaring die aantrekt, maar het is actief burgerschap dat het bestaan ervan politiek en financieel draagt. Nikki sprak met de vertegenwoordigers van deze schoolvorm uit Denemarken en Noorwegen. Zij wensen ons alle goeds en adviseren om te beginnen met één school en goed contact te houden met lokale en nationale bestuurders en aanspraak te maken op EU-geld bestemd voor jongeren en democratie. De scholen in Scandinavië hebben het op dit moment ook niet gemakkelijk. Er is een terugval in aanmeldingen omdat steeds minder eigen jongeren het aandurven. Pauze nemen in een tijd van hypernervositeit voelt als falen. Ook durven ze het waarschijnlijk niet aan om dicht op de huid te leven van onbekenden. Jongeren durven soms niet eens vreemde mensen op te bellen.
De twee jongens die bij het vertonen van de film in Wageningen aanwezig waren gaven aan dat ze er geen moment spijt van hebben maar dat de terugkeer naar een regulier onderwijssysteem en het toewerken naar een baan hen zwaar viel. Na een trip in Noorwegen valt Nederland door de mand. De oudste aanbieder van het tussenjaar in Nederland, de vrije hogeschool in Zeist, weet hoe belangrijk het is om niet een programma te maken dat jongeren afschermt van een buitenwereld. Er is maar één wereld. Een tussenjaar in Nederland staat midden in de maatschappij, maar dan wel een type maatschappij waar je als jongere vertrouwen en geloof in hebt.
De komende maanden gaan we met verschillende werkgroepen door op de weg die we zijn ingeslagen. Er zijn verschillende werkgroepen voor verschillende inhoudelijke leerlijnen. Er is een werkgroep voor een brief aan de minister en er is een werkgroep voor financiering. Samen werken we toe aan het realiseren van de hoge ambitie om ergens in Overijssel dit najaar aan tenminste 24 jongeren een programma van 3 maanden aan te bieden waarbij we samenwerken met verschillende partners en aanbieders en uitproberen hoe we in een gemeenschap van leven een verbindende algemene leerlijn vormgeven, vanuit en samen met een nieuwe moedige generatie.
En zijn we teleurgesteld als het niet gaat zoals we hopen? Het is zoals de TROUW journalist Lukas van der Storm optekende aan het eind van zijn artikel: “Dan hebben we nog steeds verschil gemaakt voor jongeren in de proefprojecten. Of we hebben ze op het spoor gezet van een tussenjaar in Noorwegen. Ook dan heeft het waarde gehad.”

