Noordhollands Dagblad 24 mei 2019 Matthijs Schouten

Lees hier het artikel : Van wie is de natuur? 

Lees hier het volledige opiniestuk:

VAN WIE IS DE NATUUR NOU EIGENLIJK?
Per minuut worden er zeventien voetbalvelden aan natuurlijk bos gekapt. De oceanen verstikken in afval van door mensen gemaakt plastic. Onlangs wezen de Verenigde Naties er ons op dat in de komende decennia een miljoen planten- en diersoorten dreigen uit te sterven door menselijk toedoen.
Deze ontwikkelingen bedreigen onze toekomst. Wanneer bijvoorbeeld de bijen uitgestorven zijn (en ze zijn er hard naar op weg) is het simpelweg einde oefening voor de mens. Zonder bestuivers kunnen we niet genoeg voedsel meer produceren. De natuur vormt de basis van menselijk welzijn en toch behandelen we haar vaak als niet meer dan een gebruiksmiddel, bijna als een wegwerpproduct.
Wie heeft ons eigenlijk het recht gegeven de natuur te behandelen als menselijk eigendom, haar uit te baten en zelfs te vernietigen waar ze ons in de weg staat? Van wie is de natuur nou eigenlijk?
In het Westen vinden we al heel lang dat de natuur van en voor de mens is. Dat idee komt op in de klassieke oudheid wanneer Aristoteles stelt dat er een rangorde in de natuur is van mineralen, via planten en dieren naar de mens, en dat daarin het lagere het hogere ten dienste is. Latere klassieke filosofen zullen dat vertalen naar het beeld dat de goden de natuur ten behoeve van de mens ontworpen hebben. Dat beeld wordt door het christendom overgenomen en krijgt dan in de westerse cultuurgeschiedenis een grote weerklank: God schiep de natuur voor de mens. In de 17de eeuw nog schrijft een belangrijke Engelse geleerde dat “God runderen maakte om biefstukken vers te houden voor menselijke consumptie.”
We denken in de moderne samenleving niet zo veel meer in termen van goddelijke bedoelingen, maar we vinden het vanzelfsprekend dat de natuur er voor ons is. We hebben het gevoel dat we er een ‘natuurlijk’ recht op kunnen doen gelden. De Franse filosoof Bruno Latour stelt dat de belangrijkste bijdrage van het Westen aan de beeldvorming over natuur is dat we in de loop van onze geschiedenis de natuur geleidelijk gereduceerd hebben tot een verzameling van dingen en landschappen, die we ons kunnen toe-eigenen en die we kunnen koloniseren. En we zijn er naar gaan handelen.
Het is echter belangrijk voor ogen te houden dat dit geen universeel beeld van de natuur was en is. Het Oude Testament bijvoorbeeld zegt dat God de mens maakte om de schepping “te bewerken en te bewaren.” Joodse commentaren op de bijbel stellen dat de mens een pachter is van Gods Aarde. Volgens de vroege joodse wetten was elk zevende jaar een sabbatjaar, een jaar waarin “de akker braak ligt en de wijnstok niet gesnoeid wordt” zodat de schepping weer kan rusten in de handen van de schepper. De Koran zegt dat de mens de natuur mag gebruiken maar niet misbruiken, want Allah, de eigenaar, houdt niet van de misbruiker.
Hier komt het beeld van de mens als rentmeester van de Aarde naar voren. In weer andere culturen wordt de mens gezien als partner of deelgenoot van de natuur. De eerste leefregel in het boeddhisme is geen levend wezen dat kan voelen, te kwetsen of te doden. De Ojibwa, een inheems volk uit Noord-Amerika, noemt dieren: “Andere-dan-mensen-personen.” In deze beeldvorming heeft de natuur ook een waarde op en voor zichzelf, los van wat ze voor ons betekent.
Als lezer haakt u nu misschien af omdat u het verhaal zweverig gaat vinden. Dit thema is echter van groot belang voor onze toekomst. We zijn aangekomen in een periode van de geschiedenis van de Aarde die we het Antropoceen zijn gaan noemen, het tijdvak waarin de mens het aanzien van deze planeet is gaan bepalen. In tegenstelling tot wat de term suggereert, namelijk dat wij nu de controle hebben, brengt dit tijdvak grote onzekerheden. Er ontvouwen zich enorme mondiale problemen in de vorm van onder meer een ecologische crisis en een klimaatcrisis.
Deze crises hebben alles te maken met de vraag wie wij als mens denken te zijn op deze planeet: uitbaters van de Aarde, rentmeesters van de natuur of deelgenoten van de grote gemeenschap van leven. Hoe we ons nu daarin opstellen, zal bepalen of we al dan niet een duurzame toekomst tegemoet zullen gaan. De vraag van wie de natuur nou eigenlijk is, is misschien wel de meest urgente van onze tijd.
Het stemt tot optimisme dat meer en meer mensen het niet meer vanzelfsprekend vinden dat wij ons de natuur toe-eigenen. Zo kreeg in 2017 de Whanjanui rivier in Nieuw Zeeland de status van rechtspersoon. Geïnspireerd door voornoemde Bruno Latour, die stelt dat het democratisch bestel zou moeten worden uitgebreid om daarin ook niet-menselijke wezens een stem te geven, werd in 2015 in Nederland het open platform ‘Het Parlement der Dingen’ ingesteld, waarin een debat gevoerd wordt over de rechten van de natuur. In dit kader werd in 2018 de Ambassade van de Noordzee opgericht, die een politieke stem wil geven aan de Noordzee en haar bewoners.
En dit weekend is er het Fête de la Nature, een initiatief dat in Zuid-Europa ontstond en enkele jaren geleden door Prinses Irene naar Nederland werd gebracht. Gedurende deze dagen vieren we de natuur. En niet als eigenaar. We vieren in dankbaarheid dat we door en met haar kunnen leven. We vieren het leven!